Reims is de stad waar de Franse koningen eeuwenlang werden gekroond. Onder de straten loopt een netwerk van krijtkelders waarin champagne rijpt. Die twee verhalen kom je overal tegen: in de gotische kathedraal, op de klassieke pleinen en in de namen van de champagnehuizen op de gevels.
Het middelpunt is de Notre-Dame de Reims, de kathedraal waar de koningen van Frankrijk hun kroon ontvingen. Zoek aan de westgevel de Ange au Sourire, de glimlachende engel. Kijk binnen naar de glas-in-loodramen van Marc Chagall. Naast de kathedraal staat het Palais du Tau, het voormalige aartsbisschoppelijk paleis waar de koning voor zijn kroning verbleef. Hier zie je de kroningsschatten en originele beelden van de kathedraal van dichtbij.
Verder naar het zuiden staat de basiliek Saint-Remi, gebouwd rond het graf van de bisschop die de Frankische koning Clovis doopte. Het lange romaanse schip voelt heel anders aan dan de hoge gotiek van de kathedraal. Samen met de kathedraal en het Palais du Tau staat de basiliek op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. In het centrum ligt de Place Royale, een achttiende-eeuws plein rond een standbeeld van Lodewijk XV.
Onder Reims ligt een tweede stad: de crayères, krijtgroeven die deels al in de Romeinse tijd zijn uitgehakt en die de champagnehuizen later als kelders in gebruik namen. Bij huizen als Pommery, Taittinger en Veuve Clicquot daal je via trappen af naar koele gangen vol rijpende flessen. Ook de heuvels, huizen en kelders van de Champagne staan op de Werelderfgoedlijst.
Aan tafel draait het in Reims om champagne en wat erbij past. Bij de charcutier vind je jambon de Reims, geperste ham in gelei met een korstje van paneermeel. Proef ook de biscuit rose: dat roze koekje doop je in je glas champagne.