Düsseldorf ligt aan de Rijn en zet een oude binnenstad vol bierhuizen naast strakke moderne architectuur. In de Altstadt zitten op een paar straten zoveel kroegen en brouwerijen dat de wijk de bijnaam langste toog ter wereld kreeg. Je drinkt er Altbier, een koperkleurig bovengistend bier dat de huisbrouwerijen zelf brouwen. De obers heten hier Köbes. Zij zetten een vol glas neer zodra het vorige leeg is, tot je je bierviltje op je glas legt.
De Königsallee, voor iedereen in de stad gewoon de Kö, is de chique kant van Düsseldorf. Langs de Kö-Graben, een gracht met kleine bruggen, liggen modehuizen en juweliers. Aan het noordelijke eind van de gracht staat de Tritonbrunnen.
Museum Kunstpalast aan de Ehrenhof laat kunst zien van oude meesters tot glas en design. In de MedienHafen, de voormalige binnenhaven, staan de scheve, golvende gebouwen van Frank Gehry tussen glazen kantoren en restaurants aan het water.
Tussen Altstadt en MedienHafen loopt de Rheinuferpromenade. Het verkeer gaat er in een tunnel onderdoor, zodat je ongestoord langs de rivier wandelt. Op de brede trappen bij de Burgplatz en de oude Schlossturm zitten Düsseldorfers op zomeravonden naar het water te kijken.
Bij het Altbier eet je een Halve Hahn: een roggebroodje met een dikke plak kaas, ui en mosterd. Ook rheinischer Sauerbraten staat op de kaart van de brouwerijen. De scherpe Düsseldorfer mosterd neem je als souvenir mee naar huis.