Bremen ligt aan de Weser en was eeuwenlang een machtige Hanzestad. Die handelsgeschiedenis zie je nog overal in het centrum, waar gotische gevels, een dom en smalle steegjes dicht bij elkaar liggen. Alles is goed te voet te bereiken.
Het hart van de stad is de Marktplatz. Het stadhuis, met zijn rijk versierde renaissancegevel, en het stenen Rolandbeeld ervoor staan samen op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Roland houdt al eeuwen de wacht als symbool van de vrijheid van de stad. Ernaast rijst de Dom St. Petri op met zijn twee torens. Onder het stadhuis ligt de Ratskeller, een oude wijnkelder met gewelven en grote houten vaten.
Aan de zijkant van het stadhuis staan de Bremer Stadsmuzikanten van brons: ezel, hond, kat en haan uit het sprookje van de gebroeders Grimm. De voorpoten van de ezel glanzen, want wie ze vastpakt, zou geluk krijgen. Vanaf het plein loop je de Böttcherstraße in, een korte straat vol expressionistische baksteenarchitectuur met een klokkenspel van porseleinen klokken. Iets verderop ligt de Schnoor, de oude visserswijk met lage huisjes en steegjes waar je met gespreide armen bijna beide muren raakt.
Langs de Weser loopt de Schlachte, een kade met terrassen, biertuinen en afgemeerde schepen. Wie meer groen zoekt, wandelt door het Bürgerpark, een groot Engels landschapspark net achter het station, of drinkt koffie in het Viertel, de wijk met kleine cafés en winkels.
Bremen is de thuisstad van Beck's. Proef Knipp, gebakken worst met havermout, of in de koude maanden Kohl und Pinkel, boerenkool met rookworst. Bij de koffie eet je een plak Bremer Klaben, een stevig rozijnenbrood.