De middeleeuwse binnenstad van Brugge staat op de werelderfgoedlijst van Unesco en is klein genoeg om helemaal te voet te doen. Smalle kasseistraten, trapgevels en bruggetjes over de reien, zoals de grachten hier heten, bepalen het beeld. Vanaf het water zie je de stad op haar best, dus maak een rondvaart door de reien.
Het hart van de stad is de Markt met het Belfort. Klim de toren op voor een uitzicht over de daken tot ver in de polders. Een paar straten verder ligt de Burg met het gotische stadhuis en de Heilig-Bloedbasiliek. Bij de Rozenhoedkaai komen reien, oude gevels en het Belfort samen in het bekendste uitzicht van Brugge. In de Onze-Lieve-Vrouwekerk staat een Madonna met Kind van Michelangelo. Het Begijnhof, met witte huisjes rond een grasveld vol bomen, ligt vlak bij het Minnewater.
In het Groeningemuseum hangen werken van de Vlaamse Primitieven, onder wie Jan van Eyck en Hans Memling. Brugge heeft ook twee musea over wat België op tafel zet. In Choco-Story volg je de geschiedenis van chocolade, van cacaoboon tot praline. Het Frietmuseum vertelt het verhaal van de aardappel en de Belgische friet.
Daarna proef je het zelf. Chocolatiers verkopen handgemaakte pralines per doosje, en in de frituur haal je een puntzak friet met mayonaise. In stadsbrouwerij De Halve Maan wordt Brugse Zot gebrouwen, en in de biercafés van de binnenstad staat een lange lijst Belgische bieren op de kaart.