Düsseldorf ligt aan de Rijn en heeft een oude binnenstad vol kroegen, een chique winkelboulevard en moderne architectuur. In de weken voor kerst staan er kerstmarkten verspreid over het centrum. Elke markt heeft een eigen stijl, en omdat ze dicht bij elkaar liggen, loop je makkelijk van de ene naar de volgende.
De markt op de Marktplatz staat voor het historische stadhuis, naast het ruiterstandbeeld van keurvorst Jan Wellem. Op de Heinrich-Heine-Platz ligt de Engelchenmarkt. Je herkent hem aan de gouden engelen boven de kramen, waar veel ambachtelijk werk wordt verkocht. Bij de Kö-Bogen, het gebouw van architect Daniel Libeskind aan het begin van de Königsallee, ziet de kerstmarkt er moderner uit. De Kö zelf, met een gracht tussen twee rijen bomen en aan weerszijden luxewinkels, is de bekendste straat van de stad.
Tussen de markten door kom je in de Altstadt. Die heeft de bijnaam "de langste bar ter wereld", omdat er op een klein oppervlak zoveel kroegen zitten. Hier drink je Altbier, het donkere bier van de stad, in brouwerijcafés als Uerige en Füchschen. De Köbes, de ober in blauw schort, zet een vol glas neer zodra je glas leeg is, tot je er een bierviltje op legt. Aan de rand van de Altstadt staan de Schlossturm op de Burgplatz en de Lambertuskirche met haar gedraaide torenspits.
Op de markten eet je Reibekuchen met appelmoes, bratwurst met Düsseldorfer mosterd en gepofte kastanjes, met een beker Glühwein erbij. Wil je de Rijn zien, loop dan over de Rheinuferpromenade naar de Rheinturm en de Medienhafen, waar de scheve gebouwen van Frank Gehry staan.